LIFE IN ICELAND – 20 FEBRUARI 2016 // MAMA EN DE ZUIDKUST VAN IJSLAND

Dag 2
Het is zaterdagochtend, veel te vroeg na veel te weinig slaap, maar we zijn wakker. Langzaam klimmen we uit bed en terwijl mijn mama gaat douchen maak ik een ontbijtje klaar en pak ik eten voor overdag. Als ze klaar is staat er een bak skyr en een glas sinaasappelsap te wachten en is mijn rugzak gevuld met eten, drinken en extra warme kleding.

We eten, kleden ons warm aan en lopen vervolgens in het donker naar het busstation. We zijn iets te vroeg en besluiten daarom binnen te wachten, niet veel later staat er een gateway to iceland busje voor de deur en kunnen we vertrekken, we zoeken een plekje achterin aan de linkerkant. Perfect.

Waarom het zo perfect was? We deden de zuidkustroute en aan de linkerkant zie je alle prachtige bergen, watervallen, de mooiste gletsjers, vulkanen en meest bijzondere landschappen, terwijl je aan de rechterkant alleen de kust ziet.

We reden bijna anderhalf uur, het grootste gedeelte nog in het donker, met een langzaam opkomende zon. Een van de mooiste zonsopkomsten die ik ooit zag, de kleuren waren zo intens, alsof het hele kleurenpalet in de lucht geschilderd werd. Na anderhalf uur maakten we een korte plaspauze bij een benzinestation in Hvolsvöllur, net iets voor de Seljalandsfoss. We kochten een paar lekkere warme, wollen sokken voor mijn mama, omdat ze koude voeten had (ik had nog 3 extra paar thermosokken in mijn tas ook, altijd voorbereid) en stapten na een bakje koffie (voor mijn mama, ik drink geen koffie) weer op de bus.

Niet veel later reden we langs de Seljalandsfoss. Ik zag ‘m al van ver. Even twijfelde ik of we er zouden stoppen, ik dacht eigenlijk nog dat we er zo voorbij zouden rijden, maar ineens remde de bus af en sloeg hij de weg in naar links, naar de waterval. We stopten op de parkeerplaats voor wat snelle foto’s en reden vervolgens weer verder.

Onderweg zagen we het sneeuw opstuiven van de bergen, de wind was op sommige plaatsen zo sterk dat het leek alsof de bus van de weg af zou waaien, maar daar hebben IJslanders natuurlijk een oplossing voor: gewoon op het midden van de weg rijden, die twee andere auto’s die je onderweg tegenkomt zie je toch van kilometers ver aankomen.

En toen was daar de Eyjafjallajökull, de troublemaker die heel Europa weken plat legde in 2011. De vulkaan die IJsland op de kaart heeft gezet: ineens wist de hele wereld dat IJsland bestond. Het was zo prachtig helder dat je het allerhoogste punt kon zien, de felblauwe lucht stak prachtig af tegen de ijswitte sneeuw op de gletsjer en bij de boerderij (die je vást ooit op het nieuws hebt gezien) maakten we een stop. De wind waaide hard, maar de zon maakte ons warm terwijl we keken naar de vulkaan die nog niet zo lang geleden as uitspuwde. Hoe bizar om daar te staan. Zo dichtbij.

Terug in de bus reden we verder over de hoofdweg, in de verte zagen we Hekla en ook Katla konden we zien liggen. Onze gids maakte grapjes over het feit dat beide vulkanen ‘over tijd’ zijn en dus ieder moment kunnen uitbarsten. Mocht dat gebeuren heb je 15 minuten om weg te wezen, zeker bij Katla. Die vulkaan ligt onder een enorme gletsjer (Myrdalsjoökull) en als de vulkaan uitbarst smelt de gletsjer… Je kunt vast wel raden dat je daar niet in de buurt wil zijn als ie uitbarst. (Leuk weetje: ik stond dus op een uitloper van de Myrdalsjökull in november).

Een klein stukje verder stopten we bij de boerderij bij Skógafoss, van een afstandje: we zijn hier vandaag niet voor de watervallen. Gelukkig is het prachtig helder weer en kunnen we ontzettend ver kijken, we kijken zo de gletsjer op. We rijden langs de Sólheimajökull (vind ik vooral erg leuk, omdat ik daar op heb gestaan) en langs Dyrhoólaey. Even twijfel ik of we richting Reynisfjara rijden, maar dat zou omrijden zijn en ik had gelijk: we rijden de berg over naar Vík en stoppen daar op het strand. Aan de andere kant van Reynisfjara, vanwaar de Reynisdrangar er nog een heel stuk mooier uit zien.

De gids waarschuwt duizend keer voor het gevaar van het water, de onvoorspelbaarheid van de golven en de sterke onderstroom, maar besluit uiteindelijk om toch bij ons te blijven en niet naar het café te rijden.

Een klein half uur later stappen we weer op de bus en stoppen we nog heel eventjes bij het cafeetje, daarna rijden we weer verder. We stoppen pas weer een uur later bij Fjaðrárgljúfur en de Laki kraters. De kraters en het ravijn zijn uiteraard compleet bedekt in de sneeuw en we stoppen daarom ook alleen vlak langs de weg, bij de borden met informatie erop. De Laki kraters wil ik écht nog beklimmen in de zomer, deze horen bij het Katla vulkaansysteem en je schijnt daar een prachtige wandeling te kunnen maken.

Na de, vooral hele koude, stop rijden we door naar Kirkjubaerklaustur, een klein plaatsje aan de zuidkust van IJsland. We hebben een hele korte stop daar, eigenlijk vooral een plas- en koffiepauze en rijden daarna snel weer verder voor een lunchpauze bij Skaftafell. Het is geen weer om het nationale park in te gaan, dus we eten wat in het cafeetje en zien vooral heel veel mensen zich klaarmaken voor een gletsjerwandeling. Stiekem krijg ik er de kriebels van en wil ik ook weer gletsjerwandelen, maar deze keer met iets meer en warmere handschoenen aan.

We eten een hamburger en de salade die ik had klaargemaakt en stappen dan weer op de bus voor het laatste stuk van de route. Het landschap waar we doorheen rijden is bizar. Het is een woestijn, maar dan wel een ijskoude. Normaalgesproken is het landschap hier zwart en plat, op de bergen in de verte na. Het is zo bizar om dit voor een deel besneeuwd te zien, geen bomen, geen struikjes, zelfs geen mos en lavavelden. Het lijkt alsof we op mars zijn beland.

Niet veel later veranderd het landschap weer compleet. Nu zijn er overal bergen en gletsjers. Vooral heel veel gletsjertongen. Uitlopers. We komen steeds dichterbij de Vatnajökull en kunnen zelfs het allerhoogste punt zien. Uniek, want normaal gesproken is het weer hier echt niet zo goed. We hebben ontzettend veel geluk met hoe helder het is, we kunnen kilometers ver kijken en als je de wind wegdenkt zou het zomaar zomer kunnen zijn.

We rijden door, langs de mooiste gletsjertongen, allemaal zijn ze verschillend en dan ineens: Fjallsárlón, het eerste, minder bekende, gletsjermeer. We rijden hier voorbij en dan komt de brug in zicht. Kriebels in mijn buik. Ik maak mijn mama wakker die naast mij in slaap was gevallen, terwijl we over de brug rijden zien we het meer al. De ijsschotsen. Het landschap is bizar.

De gids waarschuwt ons nog even en drukt ons op het hart om niet op de ijsschotsen te gaan staan en terwijl we de bus uitstappen bedenk ik me al dat dat niet nodig is: de hele parkeerplaats én het wandelpad is een grote ijsbaan.

Terwijl de zeehondjes verstoppertje met elkaar en met ons spelen en de zon niet alleen op het water weerspiegelt, maar ook op de felblauwe ijsschotsen die het meertje in drijven lopen we steeds dichter naar het water. Het begint vloed te worden en langzaamaan drijven de ijsschotsen die vlak daarvoor nog richting zee dreven het meer weer in, kleine groepjes met verschillende maten ijsschotsen. Van een centimeter groot tot een paar meter lang, van drie centimeter hoog tot diep in het water en erbovenuit. Gelig van de zon, wit van de sneeuw, helderblauw ijs, soms met wat zwarte stukken as ertussen. Een stukje verderop zijn de ijsschotsen aan elkaar gevroren en zie ik wat mensen hink-stap-sprong over de ijsbergen doen en in mijn ooghoek zie ik onze gidsen er naartoe lopen, waarschijnlijk om ze te waarschuwen. Samen met mijn mama lopen we over een stuk bevroren sneeuw aan de berg, omdat het zwarte kiezelstrandje onder water is gelopen. Hoe verder we lopen hoe bizarder het tafereel wordt.

Ik ben nog nooit op Antarctica geweest, maar dit is hoe ik het me voorstel. Spelende zeehondjes tussen de drijvende ijsbergen, met in het hele landschap daaromheen alleen maar wit. Sneeuw, ijs. Helderblauwe stukken ijs drijvend over de grote oceaan, gletsjers, nog meer sneeuw. Water zo helder dat je in de verste verte de bodem nog kunt zien, stukken ijs die aanspoelen die zo helder zijn dat je amper gelooft dat je iets voor je gezicht houdt als je er doorheen kijkt.

Ondanks dat ik niet alleen was, voelde ik me heel even alleen op de wereld. Een perfecte wereld. Ik zou er hele dagen kunnen blijven staren naar het ijs op het water, het witte landschap eromheen.

Na ruim een uur foto’s maken van het Jökulsárlón en genieten zette ik nog even mijn statief neer om foto’s van mijn mama en mij samen te kunnen maken en daarna stapten we weer in de bus. Ik was klaar om een uurtje te gaan slapen, maar in plaats van dezelfde route weer terugrijden besloot onze gids nog even de weg over te steken naar het zwarte strand aan de andere kant van de brug: Diamond Beach wordt het ook wel genoemd.

Ik snap heel goed waarom.

Stel je even voor:

Een donkerzwart strand, met achter je een helderwit landschap van sneeuw. Voor je ligt de zee die op het oog redelijk rustig is, maar af en toe best een harde golf het strand op laat rollen. Een golf gevuld met zulke heldere stukken ijs dat het net diamanten lijken. Zo doorzichtig, het hele strand bezaait met stukken doorzichtig ijs en af en toe iets grotere stukken: wit, sommige zelfs helderblauw. De zon schijnt erop en laat alle stukken ijs glinsteren.

Dat is Diamond Beach. Zie je het al voor je?

Een minuut of tien later loop ik met de gids terug naar de bus en rijden we echt terug. Langzaam zien we de zon zakken en de lucht in tienduizenden pastelkleuren veranderen. We maken wat korte stops en uiteindelijk stoppen we in Vík voor ons avondeten, waar we nog even naar de Reynisdrangar kijken en de zon net niet meer onder zien gaan. De lucht kleurt oranje, roze en uiteindelijk rood. Langzaam valt het donker over Vík en langzaam maken we onze weg terug naar Reykjavík, een rit van zo’n twee uur, die met de wind die de kop weer heeft gestoken iets langer duurt. Eenmaal terug in Reykjavík is het natuurlijk al lang weer donker, maar dat maakt niet uit: we lopen terug naar mijn kamer, eten een broodje met kaas, kijken wie is de mol en vallen dan in een hele diepe slaap.

Hier vind je de bijbehorende foto’s: deel 1, deel 2, deel 3.

Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *