LIFE IN ICELAND – 19 FEBRUARI 2016 // MAMA, REYKJAVIK & NOORDERLICHT

Dag 1
Vrijdagochtend, ik word wakker en het eerste wat ik doe is kijken of de vlucht van mijn mama vertraagd is. Uiteraard is dat het geval, net als de vlucht van ieder ander persoon die hierheen komt om mij op te zoeken. Alsof ze het expres doen. Ik film wat, maak wat timelapses en besluit dan om mijn camera niet mee te nemen naar het vliegveld.

Ik heb geen zin om spullen mee te slepen en dus ga ik zonder camera en zonder tas op pad. Op het busstation probeer ik mijn oude ticket nog een keer uit, maar hij is niet meer geldig. Ik verzin nog een smoes, maar ik moet toch echt een nieuw ticket kopen. Helaas.

Eenmaal in de bus verbaas ik me erover hoe langzaam deze buschauffeur rijd. Het lijkt bijna of ie bang is. Ik maak onderweg wat foto’s met mijn telefoon en kijk mee op de camera van de jongen die naast mij zijn foto’s van zijn reis zit te bekijken. Een uur later sta ik op het vliegveld.

Volgens de website van Keflavik is mijn mama al geland en dus ren ik zo snel ik kan het vliegveld over, gelukkig is het maar een klein vliegveld en sta ik en minuut later bij de aankomsthal. Ik wacht, en wacht, en wacht nog meer, kijk nog een keer op de website of ze wel echt geland is, wacht nog meer, nog meer en nog meer en dan eindelijk na bijna een uur wachten komt mijn mama naar buiten lopen.

Niet omdat ze op haar bagage moest wachten, dat had ze namelijk niet bij, nee: het vliegtuig maakte een doorstart terwijl ze aan het landen waren omdat het wat te druk was op de landingsbaan (?!?!?!?!??!).

We stapten op de bus naar Reykjavik, liepen naar mijn kamer en gooiden onze telefoons aan de oplader. Een half uur later liepen we met half opgeladen telefoons naar het binnenlandse vliegveld om van daar de bus te pakken naar Perlan. Een van de plekken in Reykjavik waar mijn mama nog niet eerder is geweest. Eigenlijk had ik een hele route bedacht, met bustijden en stops en al, maar die vertraging gooide een beetje roet in het eten.

We stapten uit bij Perlan, liepen de heuvel op (hoewel mijn mama het meer een berg vond), door de verse sneeuw en namen vervolgens de lift naar het dak. We hadden geluk met de zonsondergang, die was net bezig. We keken naar de landende vliegtuigen, naar mijn kamer en naar de stad om een uur later weer op de bus te stappen.

Honger. En dus stapten we uit op Snorrabraut en liepen we de 20 meter naar de Roadhouse. We bestelden een salade en uienringen als voorgerecht en twee hamburgers (waarvan een veggieburger voor mij) als hoofdgerecht. De burgers waren natuurlijk veel te groot en te veel, maar de salade was heerlijk. Vooral de saus op de salade. Bij mijn volgende bezoekje moet ik vooral niet vergeten te vragen of ze die saus ook los verkopen.

Na het eten liepen we naar de bus, die we natuurlijk net hadden gemist. We twijfelden over een noorderlichttour. Maar toen het noorderlicht al boven ons bleek te hangen terwijl we op de bus aan het wachten waren besloten we eigenlijk dat we wel een poging wilden wagen. Een half uur later stonden we in mijn kamer, omgekleed en wel en liepen we richting het busstation. Net op tijd voor de noorderlichttour kochten we een kaartje en stapten we in de bus, we reden richting het zuiden, over de weg waar wij toen in oktober verkeerd waren gereden en waardoor we dat ongeluk hadden. In de bus sliep mijn mama, ik was wakker. Uiteindelijk stopten we bij Strandarkirkja, een heel mooi wit kerkje. Er was geen noorderlicht te zien, niet in de verste verte en na een rondje om de kerk, wat foto’s van het zomerhuisje wat vlak bij stond en wat foto’s van de sterren waren we er al weer snel klaar mee.

We stapten de bus in en ik hield vooral de gidsen een beetje in de gaten, maar die hadden het maar over ‘ekki ljos’ en ik wist wel wat dat betekende: geen noorderlicht.

Om kwart voor twaalf was er dan toch eindelijk wat vaags aan de hemel te zien, ik stapte de bus uit, gooide mijn statief in de sneeuw en probeerde een foto te maken: BEWOLKT.

Ja, toen was ik er dus wel echt klaar mee. Ik besloot de bus weer in te gaan en zag meteen iets vaags boven de kerk hangen: noorderlicht. Ik zag het al voor iedereen begon te roepen en gillen van geluk, maar ik was het een beetje zat. Dat vage streepje was het echt niet waard om de vrieskou weer in te stappen, mijn statief weer neer te zetten, camera op mijn statief te schroeven en geduld op de proef te zetten voor wat vage foto’s. En daarbij: ik had al foto’s van het noorderlicht en mijn mama gemaakt in de stad.

Een uur later was het vage streepje aan de hemel weer verdwenen en besloten de gidsen terug te rijden naar Reykjavik. In de bus sliep iedereen, behalve ik. Ik hoorde de gids nog wat in het IJslands mompelen over een extra stop omdat het heftiger en duidelijker werd, maar hoopte stiekem dat ie niet meer zou stoppen. Ik wilde slapen, net als de rest van de mensen in de bus.

Uiteindelijk werden we rond twee uur/half drie afgezet bij mijn kamer, doken we ons bed in om de volgende ochtend weer veel te vroeg wakker te worden, maar daarover later meer 😉

Voor de bijbehorende foto’s klik je hier.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *